Beneficiaire aanvaarding update: toch bescherming bij onverwachte schuld?

Staatssecretaris Fred TeevenVorig jaar schreef ik al een artikel over een nieuw wetsvoorstel waarmee Staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie zou komen, waarin wordt geregeld dat erfgenamen bij een onverwachte schuld in een later stadium de erfenis alsnog beneficiair kunnen aanvaarden.

Dat wetsvoorstel ligt er nu. Voorwaarde is wel dat de erfgenamen niets te verwijten valt: zij kenden de schuld niet en konden er ook niet van op de hoogte zijn. Dit staat in het wetsvoorstel dat voor advies naar verschillende instanties is gestuurd.

Waar gaat het wetsvoorstel over?

Het gaat om de situatie dat de nalatenschap niet beneficiair, maar zuiver is aanvaard: de erfgenaam verkrijgt alle goederen en schulden uit de erfenis. Als in zo’n situatie de erfgenaam met een onbekende schuld te maken krijgt die niet meer uit de erfenis kan worden betaald dan moet hij deze met eigen geld betalen. Dit kan tot onbillijke situaties leiden.

Met het nieuwe wetsvoorstel zou de erfgenaam dan alsnog naar de kantonrechter kunnen gaan om een machtiging te vragen voor het beneficiair aanvaarden van de erfenis. Het gaat dan om schulden die de erfgenaam niet had voorzien. Het nieuwe artikel 4:194a Burgerlijk Wetboek wordt dan:

Een erfgenaam die na zuivere aanvaarding bekend wordt met een schuld van de nalatenschap, die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen, kan binnen drie maanden na die ontdekking de kantonrechter verzoeken om geheel of gedeeltelijk te worden ontheven van zijn verplichting deze schuld uit zijn vermogen te voldoen voor zover deze niet uit zijn erfdeel kan worden voldaan. De kantonrechter stelt vast of en in hoeverre redelijkerwijs niet van de erfgenaam kan worden gevergd dat hij deze schuld uit zijn overige vermogen voldoet.

Het alsnog kunnen beneficiair aanvaarden is één van de drie opties die de Radboud Universiteit Nijmegen en Netwerk Notarissen eerder schetsten. De optie om beneficiaire aanvaarding van erfenissen tot standaard te verheffen voert Teeven niet door. Tweede Kamerlid Jeroen Recourt (PvdA) heeft woensdagmorgen op BNR nieuwsradio gezegd dat hij vindt dat dit wel moet gebeuren.

Teeven heeft eerder laten weten dat een omkering van het huidige systeem even veel voor- als nadelen met zich meebrengt. Bovendien verwacht hij dat wanneer beneficiair aanvaarden standaard wordt, de kosten ook zullen toenemen. De staatssecretaris vindt het redelijk dat erfgenamen worden beschermd tegen onverwachte schulden zoals een te laat gevorderde eigen bijdrage AWBZ. Een schuld ontstaan door een onverkoopbaar huis valt dus niet onder de nieuwe regeling, omdat hypotheekschulden bekend behoren te zijn bij erfgenamen.

Ontheffing

Erfgenamen kunnen straks naar de kantonrechter stappen om ontheffing te vragen. Verleent de kantonrechter de erfgenaam volledige ontheffing, dan hoeft de erfgenaam de onverwachte schuld alleen te voldoen voor zover hij nog over geërfd vermogen beschikt. Bij een gedeeltelijke ontheffing bepaalt de kantonrechter wat de erfgenaam nog wel met eigen vermogen moet betalen.

Wat is een ‘onverwachte schuld’?

Een van de problemen die ik signaleer bij dit wetsvoorstel is dat de erfgenamen moet kunnen aantonen dat zij de schulden niet kenden en er ook niet van op de hoogte konden zijn. Dat zal een erg feitelijke beoordeling zijn en daarmee naar mijn mening voer voor gerechtelijke procedures. In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel staat het volgende daarover vermeld:

De bescherming van het voorgestelde artikel 4:194a BW kan alleen worden ingeroepen voor onverwachte schulden. Een onverwachte schuld is een schuld die de erfgenaam niet kende en evenmin behoorde te kennen op het moment dat hij de nalatenschap zuiver aanvaardde. Met de woorden ‘kende en behoren te kennen’ wordt verwezen naar het begrip goede trouw in het Burgerlijk Wetboek (artikel 3:11 BW).

De goede trouw ontbreekt als de erfgenaam van het bestaan van de schuld wist op het moment van aanvaarding van de nalatenschap. Ook als een erfgenaam weliswaar een juiste voorstelling van zaken miste met betrekking tot de aanwezige schulden, maar onder de gegeven omstandigheden – rekening houdende met zijn eventuele deskundigheid – beter behoorde te weten of twijfelde of had moeten twijfelen over (de afwezigheid van) een schuld en heeft nagelaten hiernaar nader onderzoek te doen, kan hij als niet te goeder trouw worden aangemerkt.

Bij de invulling van hetgeen een erfgenaam ‘behoorde te kennen’, gaat het erom wat hij redelijkerwijze had kunnen weten. In ieder geval wordt van een erfgenaam verwacht dat hij heeft onderzocht waaruit de nalatenschap bestaat. Op grond van de wet rust op hem de verplichting om de nalatenschap af te wikkelen. Onderdeel van de afwikkeling is het betalen van alle schulden. Om deze te kunnen betalen, zal hij moeten weten welke schulden er zijn. Hij zal hiertoe ten minste de administratie van de erflater moeten hebben geraadpleegd. Van schulden die doorgaans uit de administratie van de erflater blijken, zoals hypotheekschulden, debetsaldi van rekeningen-courant, onbetaalde facturen en belastingschulden, wordt in beginsel aangenomen dat een erfgenaam deze kende dan wel behoorde te kennen.

De meeste schulden van de erflater zullen dus niet als een onverwachte schuld kunnen worden aangemerkt. Slechts in uitzonderingssituaties zal sprake zijn van een schuld waarvan gezegd kan worden dat een erfgenaam deze redelijkerwijs niet kon kennen. Enkele voorbeelden van schulden waarvan in de rechtspraak is aangenomen dat een erfgenaam deze niet kende en evenmin behoorde te kennen, zoals legitieme vorderingen op een vooroverleden (stief)ouder en een te laat gevorderde eigen bijdrage AWBZ, zijn hiervoor al genoemd.

Daarnaast kan gedacht worden aan vorderingen uit onrechtmatige daad. Een erflater kan tijdens zijn leven tegenover derden een onrechtmatige daad hebben gepleegd. Op grond van artikel 6:162 BW is de erflater, als de onrechtmatige daad hem kan worden toegerekend, schadeplichtig tegenover deze derde.

Hetzelfde geldt voor andere aansprakelijkheden die uit de wet voortvloeien. Te denken valt aan de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:170 BW (aansprakelijkheid voor ondergeschikten), artikel 6:171 BW (aansprakelijkheid voor niet-ondergeschikten), artikel 6:173 BW (aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken), artikel 6:179 BW (aansprakelijkheid voor dieren).
De verplichting tot schadevergoeding die voortvloeit uit voornoemde aansprakelijkheden van de erflater, gaat door vererving over op de erfgenamen. Dit volgt uit het feit dat erfgenamen de erflater van rechtswege onder algemene titel opvolgen in zijn vermogen (artikel 4:182 BW). Rechtsopvolging onder algemene titel houdt in dat erfgenamen de erflater opvolgen in de verkrijging van al zijn goederen, schulden en rechtsbetrekkingen, zonder dat voor de verkrijging van de afzonderlijke goederen, schulden en rechtsbetrekkingen levering, schuld- of contractsoverneming is vereist. Een erfgenaam volgt dus in volle omvang de rechtspositie van de erflater op voor wat betreft de vermogensrechtelijke rechtsverhoudingen van de erflater met derden.
De situatie kan zich derhalve voordoen dat een erfgenaam na zuivere aanvaarding van de nalatenschap wordt geconfronteerd met een vordering tot schadevergoeding, die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen. Het is aannemelijk dat erfgenamen in veel gevallen niet op de hoogte zijn van dergelijke aansprakelijkheden van de erflater en de (toekomstige) vorderingen die hieruit kunnen voortvloeien. Dit geldt in het bijzonder voor vorderingen tot schadevergoeding die lange tijd na het overlijden van de erflater door een derde worden ingesteld. Gelet op de verjaringstermijn van een vordering tot vergoeding van schade (artikel 3:310 lid 1 BW) kan het voorkomen dat een erfgenaam vele jaren na het overlijden van de erflater en de afwikkeling van de nalatenschap alsnog wordt geconfronteerd met een schuld van de erflater aan een derde betreffende de vergoeding van diens schade. Ook in dat geval kan de erfgenaam zich beroepen op het voorgestelde artikel 4:194a BW.

Het vervolg

Het wetsvoorstel is nu voor advies naar verschillende instanties is gestuurd, zoals de Raad voor de rechtspraak. Zodra het wetsvoorstel in werking treedt, laat ik uiteraard weer van mij horen.

 Bron: www.knb.nl

Print Friendly, PDF & Email

HW

Ik ben kandidaat-notaris. Daarnaast ben ik actief op het gebied van de sport tennis en kook ik graag. Vastgoed en familierecht zijn mijn specialismen binnen het notariaat. Bij al deze zaken probeer ik Social Media in te zetten.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: